Geschiedenis, stand van zaken, hoe nu verder


De geschiedenis is grotendeels wel bekend
Ergens in het begin van de negentiger jaren wordt na raadplegen van de dorpsbewoners het plan opgevat een dorpswindmolen te realiseren. Vanuit de dorpsgemeenschap wordt ruim 2 ton in guldens voor 10 jaar aan de Stifting Doarpsmûne Reduzum geleend tegen een vastgestelde rente. De verdere dekking van de aankoopkosten komen uit een lening van de Rabobank en een rijkssubsidie alsmede een subsidie van de provincie ter waarde van 10000 gulden. De benodigde vergunningen en andere regelingen, hoewel voor velen een onbekend terrein, worden snel gerealiseerd zodat de bouw van de molen rap van start kan en de molen november 1994 feestelijk in gebruik genomen kan worden.
Tot aan de dag van vandaag, bijna 25 jaar later, heeft de dorpsmolen goed gedraaid en hebben we van de inkomsten uit de molen veel dingen kunnen realiseren in de dorpen.
In totaal hebben we direct zo’n 100.000 euro kunnen investeren, maar wat nog veel belangrijker is dat we indirect mee onze gemeenschap hebben kunnen warm maken voor het verduurzamen van de drie dorpen zodat er nu bijvoorbeeld, verdeeld over vele daken ruim 3000 zonnepanelen liggen.
Onze molen wordt een voorbeeld voor vele dorpen en wijken in den lande.
We krijgen veel pers op bezoek en moeten wat we hadden bereikt uitleggen aan menige energiecoöperatie in het land en zelfs enkele van over de landsgrenzen. Aan complimenten daarbij geen gebrek.

De stand van zaken.
Omdat de dorpsmolen langzaam ouder wordt zijn we zo’n 10 jaar geleden begonnen te denken aan een nieuwe molen, iets groter weliswaar maar ook minder last gevend en nog steeds naar aard en schaal van de drie dorpjes.
Het eerste antwoord van de provinciale overheid is “geen denken aan, landschapsvervuiling!”
Vele contacten met de politiek en andere instanties later denken we er in 2014 te zijn.
Een motie in de provinciale staten ingediend door de SP met als tekst dat dorpsmolens moeten mogen wordt aangenomen .
Een paar maanden later heeft de SP een zetel in Gedeputeerde Staten en maakt deze partij een draai naar het tegenhouden van de dorpsmolens .
In een onderzoek van drie organisaties, gesteund door de provincie, Friesland voor de Wind, brengt onze nieuwe dorpsmolen op plaats nummer 1 van de lijst van met grote voorkeur te realiseren “windparken”.
Het mag niet baten. De provincie kiest voor een windpark in het IJsselmeer en een bij de kop van de Afsluitdijk.
En gelooft nog steeds dat dat de beste keus is hoewel geen van beide nog is gerealiseerd .
De gemeente Leeuwarden blijkt onze steun en toeverlaat en adviseert ons een vergunning aan te vragen.
Als reactie op de aanvraag komen er 11 zienswijzen, 10 stuks die de nieuwe molen toejuichten en 1 ingediend door het provinciebestuur die zich principieel tegen de molen uitspreekt.
Een bestuursrechter die op de zitting heel duidelijk zijn sympathie uitspreekt voor de molen van Reduzum en wat daarmee bereikt is kan op basis van de regels niet anders doen dan de provincie in het gelijk stellen en de vergunning verbieden. Een zelfde lot treft de Raad van State die ook sympathie uitspreekt maar de regels in acht moes nemen en de vergunning afwijst.
Vier jaar is verlopen en in 2018 komen de volgende verkiezingen voor de Provinciale Staten er aan en er blijkt een meerderheid achter de molen van Reduzum te staan. De vergunning wordt verleend .
De Stifting Doarpsmûne Reduzum vraagt de bewoners van Reduzum Friens en Idaerd of ze voor de nieuwe molen haar voor 10 jaar weer geld wil lenen.
Tot grote vreugde blijkt dat het geval te zijn. De toezeggingen overtreffen onze verwachtingen en overstijgen de 800.000 euro ruimschoots. Genoeg om de nieuwe molen te kopen, zelfs zonder banklening.
Om elke onzekerheid, of we onze mensen ook terug kunnen betalen, weg te nemen, wordt een SDE + aanvraag ingediend zodat de rijksoverheid gedurende 15 jaar de prijs van elke opgewekte kilowatt garandeert op 5,8 cent. Daarbij wordt het windrapport toegevoegd dat we bij de vergunningaanvraag hadden gebruikt in plaats van een
rapport dat speciaal voor de SDE is aangemaakt en ook wel beschikbaar is.
Na 14 dagen worden we er door de instelling die de SDE toewijst daarop gewezen. Binnen een uur is het goede
rapport aangeleverd en kan men weer door. Waren we eerder er op gewezen dan was er niks aan de hand geweest.
Nu telt men de 14 dagen op bij de indien-termijn en is daarmee de aanvraag te laat ingediend en krijgen we geen SDE zo verteld men ons twee maanden later.
Een bezwaar en verzoek tot clementie worden afgewezen. Regels zijn ook nu weer regels, niet waar?
We mogen als doekje voor het bloeden wel meedoen aan de volgende ronde in maart 2020 maar nu is de garantie
geen 5,8 cent maar slechts 4,5 cent . Te weinig om onze mensen terugbetalen te garanderen..
Wel krijgen we, weer omdat een andere instantie ons initiatief zo goed vindt, een leadersubsidie (Europese Unie) van 150.000 euro, als we tenminste weer die SDE+ krijgen toegekend. Dat is de voorwaarde,
Zelfs met die 150.000 is echter de terugbetaling niet zonder meer te realiseren. We bedenken dus allerlei maatregelen om de begroting toch sluitend te krijgen.
Midden in dit proces worden we nog geconfronteerd met een verschil van inzicht tussen Liander en de molenbouwer over de aansluiting en blijken er extra kosten te komen omdat men het niet eens wordt.
Onze pogingen om de begroting sluitend te maken eindigen echter acuut als de molenbouwer een nieuwe offerte stuurt waarbij de prijs plotseling ruim twee ton hoger wordt en posten die eerst bij de prijs in zaten er nu bovenop
komen.
Men wil ons kennelijk niet meer als klant. Grote windmolenparken zijn vast interessanter als zo’n klein
dorpsmolentje.
De moed is ons nu in de schoenen gezakt.

Hoe nu verder?
Ondergetekende heeft ruim 25 jaar het project mee getrokken. Voor de nieuwe molen heb ik een belangrijke rol gespeeld in de keuze van de molen (waar ik technisch nog steeds achter sta).
Ik heb bij veel bestuurders, gemeentelijk, provinciaal als landelijk om steun aangeklopt.
Ook van jullie heb ik veel steun gekregen.
Dat de belofte, een nieuwe molen, helaas niet op korte termijn is waar te maken, daarvoor voel ik me verantwoordelijk en de inspiratie de kar nog verder te trekken is mee daardoor ook aangetast.
Op de laatste bestuursvergadering heb ik daarom voorgesteld in mijn plaats een ander te benoemen.
Ook de penningmeester heeft dat gedaan.
Natuurlijk blijven wij betrokken ook om onze kennis door te geven.

Wat zijn de plannen?
We zijn er nog steeds van overtuigd dat we niet zomaar op kunnen geven. Onderzoeken naar andere mogelijkheden zijn gestart ( een goede gereviseerde tweede hands molen, de huidige molen opknappen, een
andere molen aanvragen , om maar eens een paar te noemen). Jullie ideeën zijn daarbij van harte welkom.
Dat vergt veel onderzoek en tijd en dan komt er wellicht een heel ander financieel plaatje uit .
De huidige toezeggingen die we van jullie hebben gekregen om te investeren moeten, denken we, vervallen.
Als we nieuwe uitgewerkte plannen hebben komen we wellicht bij jullie met een nieuwe verzoek terug.
We hebben niet alle hoop opgegeven al is het wel even slikken geweest.
Met jullie hulp en vertrouwen moet het een keer lukken.
En let wel!
Onze ouwe trouwe Doarpsmûne draait nog steeds.


Groet
Henk Vellinga


PS Dat Reduzum,Friens en Idaerd wel degelijk ook een rol spelen in het leveren van een duurzamer wereld blijkt wel uit de bijgaande berekeningen van ons nieuwe bestuurslid Wybo Palstra


De Mûne van de RIF-dorpen


De windmolen van Reduzum, Idaerd en Friens (RIF) heeft de afgelopen 25 jaar ongeveer 0,4 miljoen kWh elektriciteit per jaar opgeleverd. Naast de Mûne leveren de zonnepanelen, die op talloze daken liggen, jaarlijks 0,8 miljoen kWh op.
In totaal wordt jaarlijks 1,2 miljoen kWh zelf opgewekt door de RIF-dorpen.
De totale behoefte aan energie in alle huizen in de RIF dorpen is ongeveer 7,6 miljoen kWh.
Van alle energie wordt er 16% zelf door de dorpen opgewekt: geheel zonder CO2 uitstoot.
Met de nieuwe molen zou de hoeveelheid opgewekte energie uitkomen op 32%.
De energie van de Mûne wordt niet direct geleverd aan de bewoners. Per jaar ontvangt onze overheid uit de Mûne 36000 euro en dat al 25 jaar lang. Uit de zonnepanelen is dat minder omdat daar een salderingsregeling actief is.
Om dit te vergelijken met de CO2 uitstoot van een gemiddelde Nederlander moet rekening worden gehouden met het feit dat alles wat wij exporteren ook aan ons land wordt toegerekend. Nu is iedere Nederlander verantwoordelijk 9,2 ton uitstoot per jaar, in 1990 was dat 10,6 ton. Deze afname in 30 jaar is ongeveer gelijk aan 13%. In de Nederlandse
klimaatwet (2 juli 2019) staat dat de uitstoot in 2030 49% minder moet zijn ten opzicht van het niveau van 1990.
Tellen we de inspanning van onze overheid op bij de verminderde uitstoot van 32% van de RIF-dorpen dan blijkt dat deze met 45% reductie in 2020, 4% verwijderd zijn van het klimaatdoel dat voor ons land pas in 2030 gehaald moet worden.
Onze overheid int met de nieuwe molen € 153000 per jaar aan BTW en energiebelasting maar heeft wel de SDE subsidie (een garantie voor de kWh-prijs) vanwege een procedurele onvolkomenheid afgewezen.
Met de opbrengst van de molen waarbij de inwoners het merendeel inleggen (meer dan 8 ton) worden investeringen in de Mienskip gedaan iets waar de bestuurders zo de mond vol van hebben.
De RIF dorpen zelf hebben collectief een klein miljoen € uit eigen middelen ingelegd. Nu de sluitsteen nog om de spreekwoordelijke piramide te kunnen bouwen.
Bestuur RIF- Mûne 25 mei 2020